350

Terwijl Saskia tegen mij praat en anekdotes uit haar leven vertelt, kijk ik op mijn horloge en zie dat het twaalf uur in de nacht is. Tijd om naar huis te gaan.

‘Sorry,’ zeg ik. ‘Maar ik moet gaan.’

Ze knikt en zegt dat ze morgen zelf ook weer vroeg op moet.

Even later zit ik in de auto en rijd over de donkere weg richting huis. De afgelopen avond trekt langzaam aan mijn geestesoog voorbij.

Saskia is een mooie dame, rijk en welbespraakt. Ze speelt piano. Ze is gescheiden, heeft kinderen, en een groot huis. Toch klopt er iets niet. Alsof haar woorden geen connectie hebben met haar persoonlijkheid. Ik heb drie uur lang met Saskia gesproken, maar weet nog steeds niet wie ze is.

Maar ach, er is weer een avond voorbij. Zo brengen wij onze dagen op aarde nu eenmaal door. We doden de tijd tot we dood gaan. Alles wat we doen is tevergeefs.

Mijn telefoon trilt. Een appje.

Ik vond het erg gezellig. Het lijkt me leuk je nog een keer te zien. Slaap lekker straks. Saskia.

Aan de ene kant voelt het als compliment, maar aan de andere kant voel ik druk. Alsof haar welzijn nu van mij afhangt. Wat als ik niet meer wil afspreken? Dan doe ik haar misschien pijn. Ik besef me dat elke daad gevolgen heeft. Alsof je een steentje in een rivier gooit. Er ontstaan golfjes. Daarom moeten onze daden goed zijn. Daar mogen we niet lichtzinnig over denken.

Bij een tankstation stop ik. Als ik getankt heb, loop ik vervolgens over de parkeerplaats die vol staat met vrachtwagens. Ik ga op een picknick bankje zitten en haal mijn telefoon tevoorschijn.

Ik typ: Het was zeker gezellig. Je hebt een mooi huis. Groetjes. Mathijs.

Vervolgens draai ik een shaggy, steek hem op en geniet van de koude avondlucht.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close