348

‘Heb je wel een seks gehad op een eerste date?’ vraagt Saskia.

Ik kijk haar boos aan. ‘Waar slaat dit nou weer op? Natuurlijk niet. Ik ben een fatsoenlijke man. Het idee alleen al doet me walgen!’

‘Nou, nou, rustig’ zegt ze. ‘Het was maar een vraag.’

‘Jij wel?’ vraag ik.

Ze knikt. ‘Het is wel eens gebeurd. Alleen het heeft niet mijn voorkeur.’

‘Als het niet je voorkeur heeft, waarom is het dan gebeurd? Doe je wel vaker dingen die niet je voorkeur hebben?’

‘Ik ben ook maar een mens,’ zegt ze.

‘Oja, dat is lekker makkelijk. Geef je menselijkheid maar de schuld. Het is een verderfelijke zonde om zoiets te doen! Je bent schuldig in Gods aangezicht!’

Ze kijkt me verward aan, waardoor ik moet lachen.

‘Dwaas,’ zegt ze, neemt een slokje wijn en vervolgt: ‘Volgens mij ben jij een stuk minder onschuldig dan je je voordoet.’

‘Misschien,’ zeg ik. ‘Maar ik probeer mijn zondige aard te beteugelen.’

‘Lukt dat?’

‘Soms. Eigenlijk gaat het wel redelijk tegenwoordig. Toch is het onmogelijk om helemaal zuiver te leven. Onze zondige aard kunnen we niet uitschakelen.’

‘Ik geloof niet in zonde.’

‘Nee, jij gelooft niet. Jij speelt liever piano en drinkt wijntjes.’

‘Waar slaat dat nou weer op?’

‘Nergens op. Ik verveel me. Dan ga ik rare dingen zeggen.’

‘Als je je verveelt, waarom ga je dan niet weg?’

Ik haal mijn schouders op. ‘Deze bank zit prima. En je bent goed gezelschap. Je bent een prettig mens. Ik hou van je.’

Ze schiet in de lach. ‘Je houd van me?!’

Ik knik. ‘Is dat wel eens tegen je gezegd op een eerste date?’

Ze schudt haar hoofd. ‘Nee, nooit. Wat ontzettend lief van je!’

‘Zo ben ik.’

Ze schuift wat dichter naar me toe. ‘Ben je echt zo lief?’

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close