334

Het is koud en winderig en Madeleine en ik zijn op het strand.

We zitten in het zand. Ik kijk naar de zee en de lucht en alles wat ik zie is grauw en grijs en ik zeg:

‘Wat is de wereld toch fucking lelijk, vind je ook niet?

Ze schudt haar hoofd en zegt: ‘De wereld is harstikke mooi, alleen jij ziet het niet.’

‘Wat is er dan mooi?’ vraag ik. ‘Vertel mij dat eens, wat is in hemelsnaam zo mooi aan de wereld?’

‘Gewoon,’ zegt ze en wijst naar de lucht en de zee. ‘Alles!’

Ik zeg: ‘De lucht is grijs en de zee bruin. Het is fucking lelijk.’

Madeleine zucht en laat zich achterover vallen in het zand. ‘Jij bent zo verschrikkelijk negatief.’

‘Nee,’ zeg ik, kom overeind en schreeuw: ‘Dat is niet waar! Ik geloof in een hemel. Een verlossing van het leven! Dat is een positieve gedachte!’

Madeleine lacht. ‘Je bent zo grappig. Zielig, maar grappig.’

‘Ik bedoel het niet grappig!’

‘Dat weet ik, en juist daarom is het zo grappig.’

‘Onwetende dwaas!’ schreeuw ik. ‘Je bent verknocht aan het aardse! Je speelt met vuur!’

Ze begint nog harder te lachen en dan krabbelt ze overeind. Ze begint me te duwen.

‘Wat doe je?’ zeg ik.

‘Ik wil met je vechten,’ zegt ze.

‘Waarom?’

‘Omdat ik je zo irritant vind.’

Ik ren een eindje weg en roep: ‘Je vindt me niet irritant. Je bent verliefd op me. Geef het maar toe!’

Ze schudt haar hoofd en rent op me af en probeert me te grijpen maar ik ontwijk haar armen en ren weer weg. ‘Je krijgt me niet te pakken,’ zeg ik. ‘Je bent het niet waard. Een ongelovige dwaas ben je!’

‘Mathijs!’ schreeuwt ze. ‘Hou op!’

Ik lach. ‘De waarheid komt hard aan. Maar je kunt er niet voor vluchten. De waarheid moet gezegd worden. En ik zal dat doen totdat ik sterf!’

‘Sterf dan maar snel!’ roept ze.

‘Dat zou je niet aankunnen,’ zeg ik en ga weer in het zand zitten.

Madeleine komt naast me zitten en slaat een arm om me heen. ‘Ik zou je best wel missen inderdaad. Maar kijk nou toch eens goed. De zee is mooi!’

Ik kijk naar de zee. ‘Misschien heb je gelijk en zie ik het niet,’ zeg ik. ‘Zal ik het ooit weer gaan zien?’

‘Alleen als je je ogen opent.’

‘Ze zijn open.’

‘Nee Mathijs,’ zegt ze. ‘Ze zijn harstikke dicht.’

Ik kijk haar aan. ‘Jij bent mooi. Dat zie ik heus wel.’

Ze glimlacht. ‘Dat is een begin.’

‘Zullen we een boot bouwen?’ vraag ik. ‘Dan kunnen we naar het andere eind van de wereld varen! Naar een plek waar het echt mooi is. Witte stranden en een blauwe zee. Palmbomen en hangmatten.’

‘Droom lekker verder.’

‘Het hele leven is een droom,’ zeg ik. ‘Wie heeft je ooit verteld dat het écht is? We weten het niet. Misschien is datgene wat we niet kunnen zien de werkelijkheid.’

‘Wat wil je daarmee zeggen?’

‘Dat we net zo goed een boot kunnen bouwen. Onze dromen leven. Dan wordt ons leven de moeite waard!’

‘Dat is het al.’

‘Denk je?’

‘Ja,’ zegt Madeleine en ze knikt vastberaden. ‘Dat denk ik.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close