323

Madeleine zit tegenover mij in de kroeg. Ik laat haar mijn nieuwe horloge zien. ‘Mooi he?’ zeg ik. ‘Een echte Kalenij.’

‘Ik vind hem lelijk,’ zegt ze.

‘Dat komt omdat je geen smaak hebt. Je bent immers een vrouw. Daar mogen we geen gevoel voor smaak van verwachten.’

‘Sukkel,’ mompelt ze. ‘Hoe gaat het verder?’

‘Goed. Het leven is een gift. Elke dag onder de zon is een cadeautje.’

Madeleine schudt haar hoofd en neemt een slokje wijn.

Ze is zo mooi. Plotseling krijg ik inspiratie voor een gedicht. Ik pak mijn telefoon en begin te typen.

‘Wat doe je?’ vraagt ze.

‘Ik schrijf een gedicht.’

‘Echt? Laat eens horen.’

‘Oké,’ zeg ik. ‘Het is heel romantisch. Ben je er klaar voor?’

Ze knikt. ‘Kom maar op.’

Ik schraap mijn keel en lees het gedicht langzaam voor.

Het gras is groen.

De lucht is blauw.

Ik hou van kabeljauw.’

Ze schudt haar hoofd. ‘Dat slaat nergens op.’

‘Dit is kunst Madeleine. Maar daar heb je blijkbaar weinig verstand van. Zijn er eigenlijk dingen die je wél hebt? Behalve een mooi uiterlijk?’

‘Ik heb een baan,’ zegt ze. ‘En geld om onze drankjes te betalen.’

‘Mm. Dat is waar. Een handige bijkomstigheid, maar dat maakt je niet bijzonder. Bijna iedereen is loonslaaf.’

‘Moet ik dan bijzonder zijn?’

‘Ja,’ zeg ik. ‘En dat ben je ook. Maar niet vanwege je baantje of je uiterlijk.’

‘Door wat dan wel?’

Ik zeg: ‘Je weet van jezelf dat je dom bent. Je bent nederig. Dat zijn fantastische eigenschappen. De meeste vrouwen die zo knap zijn als jij hebben last van hoogmoed. Maar jij bent bescheiden. Een engel.’

‘Mafkees,’ zegt ze en drinkt haar glas wijn leeg. ‘Zullen we gaan dansen vanavond?’

‘Nee,’ zeg ik. ‘Doe eens normaal joh.’

Ze lacht. ‘Jawel. Laten we naar een club gaan. Dat is leuk.’

Ik schud mijn hoofd. ‘Ik bevind mij niet graag op dat soort goddeloze plekken.’

‘Heb jij een beter idee?’ vraagt ze.

Ik denk even na, en zeg: ‘Laten we een boswandeling maken.’

‘Een boswandeling? Nu? Weet je hoe koud het is?’

‘Ah toe,’ zeg ik en kom overeind. ‘Betaal jij even de drankjes?’

‘Oké,’ lacht ze, staat op en trekt haar jas aan.

Dat verrast me. ‘Gaan we serieus naar het bos?’ vraag ik.

‘Het is jouw voorstel,’ zegt ze. ‘Wil je nou ineens niet meer?’

‘Eh… jawel. Maar het is al bijna nacht. Het lijkt me best eng.’

‘Mietje,’ lacht ze. ‘Ik ga afrekenen en daarna gaan we naar het bos. Punt uit.’

En ze loopt naar de bar.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close