324

Ik parkeerde de auto aan de rand van het bos. Ik draaide het raampje een beetje open. ‘Jeetje,’ zei ik. ‘Het is zo fucking koud. Dit is een vergissing. Laten we in de auto blijven.’

Madeleine giechelde. ‘Nee, we gaan wandelen.’

‘Ik wil niet,’ zei ik. ‘Straks vriezen we dood.’

‘Aansteller,’ lachte ze, deed de deur open en stapte uit.

‘Shit,’ mompelde ik en stapte ook uit. Ik keek om me heen. De bomen doemden op als spoken.

Madeleine had duidelijk minder last van de kou. We vonden een voetpad en gingen het bos in. Madeleine haakte haar arm door de mijne.

‘Straks zijn er boze geesten,’ fluisterde ik.

‘Die bestaan niet.’

‘Jawel. Ik heb ooit geesten opgeroepen. Toen gebeurde er iets heel raars.’

‘Wat dan?’

‘Er sloeg een glas kapot.’

Madeleine lachte. ‘Die zal wel gewoon kapot gevallen zijn.’

‘Nee,’ zei ik. ‘Hij spatte zo uit elkaar. Echt waar. Het was bizar. Die shit bestaat echt.’

Een tijdje liepen we zwijgend verder. Alleen het geritsel van de bladeren onder onze voeten was te horen.

‘Mathijs,’ zei ze. ‘Hoe gaat het nou met je? Je bent zo eh… anders tegenwoordig.’

‘Hoe ben ik dan?’ vroeg ik.

‘Afwezig.’

‘Ik ben druk met mijn nieuwe leven.’

‘Met de AA?’

Ik knikte. ‘Inderdaad.’

‘Maar je schrijft er nooit over.’

‘Ze willen geen publiciteit.’

‘Maar in een persoonlijke blog mag je toch schrijven wat je wilt?’

‘Het mag ook wel,’ zei ik. ‘Maar het is niet gewenst. En het heeft geen zin. Mensen snappen er toch niks van.’

‘Wel als je het goed uitlegt.’

‘Daar heb ik geen behoefte aan.’

‘Oké,’ zei ze. ‘Hoe is het met de vrouwen?’

‘Rustig. Ik heb geen dates meer. Eigenlijk ben ik behoorlijk saai aan het worden. Ik ga elke avond naar een meeting. Overdag sport ik veel en op zondag ga ik naar de kerk. Verder spreek ik af met nieuwe vrienden. En komende maandag begin ik met vrijwilligerswerk. Grappig he? Zo heb ik nog nooit geleefd.’

‘Ik vind het knap van je,’ zei ze. ‘Je werkt zo hard aan jezelf.’

‘Het is niet mijn verdienste,’ zei ik. ‘Alle eer aan God.’

‘Jij doet het zelf,’ zei Madeleine en ze wees naar een bankje. ‘Zullen we even gaat zitten?’

We namen plaats op het bankje, en terwijl we daar zo zaten in het donkere bos in de kou, legde Madeleine haar hand op mijn been. ‘Jij doet zelf het werk, Mathijs. Daar heeft God niets mee te maken.’

Ik keek haar aan en glimlachte. ‘Je weet niet wat je zegt, Madeleine. Je hebt werkelijk geen idee. Alles wat ik op mijn pad gekregen heb, is een gift van God.’

‘Hoezo?’

‘Omdat ik al mijn hele leven zoekende ben, en ik op eigen kracht alles heb geprobeerd. Maar het heeft mij nooit iets gebracht, behalve depressie, verslaving en isolatie. De verandering is pas gekomen nadat ik ben gaan bidden en toegaf dat ik het zelf niet kon. Toen ik afgelopen zomer totaal de weg kwijt was, ben ik door de knieën gegaan. Ik heb God gevraagd of hij me wou helpen. Alles wat daarna gebeurd is, heb ik gekregen. De nieuwe energie en hoop waarmee ik de dingen doe, dat is allemaal een gift.’

‘Mooi,’ zei Madeleine. ‘En hoe is het met je angsten?’

‘Die zijn er nog steeds. Soms ook nog paniekaanvallen. Vooral als ik thuis ben. Ik ben nog steeds gehandicapt. Maar ik ga er anders mee om.’

‘Wat doe je als je zo’n paniekaanval hebt?’

‘Dan ga ik bidden. Of ik lees in de bijbel. En ik herinner me wat God tegen bange mensen zegt.’

‘Wat dan?’

Joshua 1 vers 9: Have I not commanded you? Be strong and courageous. Do not be afraid; do not be discouraged, for the Lord your God will be with you wherever you go.’

‘Dat is inderdaad prachtig,’ zei Madeleine en ze pakte lachend mijn hand vast. ‘Heb je die net ook gebruikt, voordat je het donkere bos in durfde?’

‘Nee, dat is nu niet nodig. Jij bent bij me, toch?’

Ze knikte en schoof naar me toe. Ze bracht haar gezicht heel dichtbij dat van mij.

Ik rook haar adem, haar parfum.

‘Moeten we dit wel doen?’ vroeg ik.

‘Ja,’ zei ze. ‘Dit moeten we doen.’

Advertenties
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close