295

Vanmiddag is er iets gebeurd waardoor ik mij weer besef hoe gek ik ben. Hoe kwetsbaar en angstig.

Toen ik op de bank lag, klonk de deurbel. Ik deed open, het was de onderbuurman. Hij vroeg of ik sinds kort een nieuw elektrisch apparaat heb.

‘Nee,’ zei ik.

‘Het is een soort geluid als van een wasmachine’ zei hij. Of heb je s’ nachts de verwarming aan staan?’

Nee,’ zei ik, ‘Ik heb geen idee.’

Toen ik daarna in de woonkamer kwam, keek ik naar de ventilator die ik vaak heb aanstaan. Zou hij die bedoelen, vroeg ik me af.

Ik deed de ventilator uit. Maar toen begon ik opeens heel angstig te worden. Mijn hart ging tekeer. Ik hoorde plotseling alle geluidjes van de buren die ik normaal niet hoor doordat de ventilator aanstaat. Daar gebruik ik dat ding voor.

Mijn gedachten sloegen op tilt. Ik zag geen uitweg meer, en dacht aan de dood. Ik begon te huilen en te bidden. ‘Waarom ben ik zo?’ vroeg ik steeds. ‘Waarom moet ik zo leven? God, alstublieft, laat mij sterven, ik wil zo niet verder.’

Ik ben erg geschrokken. Het is alsof ik de afgelopen maanden in een illusie geleefd heb. Een illusie waarin ik dacht dat het beter met me ging.

Die illusie heeft de angsten deels onderdrukt, en nu zijn ze weer terug. In alle hevigheid. Het neemt me volledig in beslag. Ik kan niet meer rustig nadenken. Dit is geen leven. Dit is de hel.

Advertenties
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close