272

Als ik wandel door de natuur, voel ik me zo blij als een kind. Dan zie ik de bomen en het gras, en ruik het leven.

Ik richt mijn blik naar de hemel, de hoge wolken verpletteren de aardse zaken waar ik me druk om maak.

Als ik een vogel zie, ben ik jaloers, want ze zijn vrij en hoeven zich geen zorgen te maken om hun gedachten. Hoe heerlijk moet dat zijn!

En als ik bij de plas op een bankje ga zitten, en uitkijk over het water dat glinstert in het daglicht, wens ik daar voor altijd te kunnen blijven. Soms fantaseer ik dat ik onzichtbaar ben, en dat voorbijlopende mensen hun oordelen niet kunnen botvieren. Hoe zalig een bestaan los van menselijke oordelen!

Na een poosje in de natuur denk ik immer hetzelfde: Ik moet stoppen met luisteren naar soortgenoten, die leugenaars zijn. Laat mij kijken naar de natuur, die nooit liegt.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close