Zelfvertrouwen is onterecht

Ik zit achter mijn bureau. Ik rook een shaggy. Een aroma zachte smaak streelt mijn longen. Zware shag van John Player. Ik kan het iedereen aanraden.

Ik neem tevreden een slokje koffie. Dan sta ik op, en trek mijn jas aan.

Ik ga naar buiten. Daar loopt een man achter zijn rollator.

‘Goedemorgen,’ zeg ik.

Hij zegt niets terug.

Sterf dan maar, denk ik. Maar dan schud ik mijn hoofd. Zo mag ik niet meer denken. En in gedachten wens ik de man een gelukkige dag toe.

Ik wandel naar het natuurgebied vlakbij mijn huis.

‘Het is een mooie dag,’ mompel ik. ‘Daar moet ik van genieten.’

Op een bankje ga ik zitten. Ik leun achterover. Met gesloten ogen probeer ik wat te mediteren. Adem in, adem uit.

Na een poosje denk ik: Waarom zit ik hier?

Ik sta op en wandel verder.

Ik zie een vrouw met een klein hondje. Ze trekt ongeduldig aan de riem. Het hondje stribbelt tegen. Hij heft zijn achterpoot en doet een plasje.

‘Meekomen!’ zegt de vrouw, en ze trekt met een ruk aan de lijn waardoor het hondje bijna door de lucht vliegt.

Ik denk: Stel je voor je bent een hond. Dat is afschuwelijk. Je kunt bij vreselijke mensen terechtkomen.

De vrouw werpt een blik op me. ‘Dag meneer.’

‘Hallo mevrouw.’

Ze glimlacht vluchtig. Misschien is ze toch wel aardig, denk ik terwijl ik verder loop.

Maar dan hoor ik: ‘Luisteren moet je. Rothond.’

Tjonge, denk ik, het arme beest heeft het niet getroffen. Misschien moet ik hem bevrijden van die vrouw. Maar nee. Dan krijg ik problemen.

Hoofdschuddend loop ik verder. Ik denk aan alle honden die vervelende baasjes hebben. Het is vreselijk. Net als met kinderen die vervelende ouders hebben. Ook zij kiezen daar niet voor.

Ik ga op het natte gras zitten, en haal mijn zware shag tevoorschijn. Ik draai een dikke. Dat heb ik wel verdient. En terwijl ik rook, bedenk ik me dat vrijheid een illusie is.

Ik ben zogenaamd vrij om te doen wat ik wil. Maar als je er goed over nadenkt, is die vrijheid beperkt. Ik ben afhankelijk van mijn gedachten. Ik kan namelijk nu denken:

‘Laat ik dat hondje bevrijden van die vrouw.’

Maar ik kan ook denken: ‘Ik leef in de maatschappij en daar mogen dat soort dingen niet. In de maatschappij mogen honden en kinderen mishandeld worden door hun ‘verzorgers.’ Niemand die er wat aan doet.

Dat zijn nare gedachtes. Die wil ik liever niet hebben. Net zoals de meeste mensen kan ik die gedachtes goedpraten. Zo kan ik bijvoorbeeld denken: Er is wel degelijk controle op hoe mensen met hun kinderen of honden omgaan. Een geruststellende gedachte. Maar ook een leugen.

Op dit moment worden duizenden honden en kinderen mishandeld door hun ‘verzorgers.’ De dierenbescherming en jeugdzorg kunnen misschien 0,1 procent hiervan voorkomen. 99,9 procent gaat onverminderd door. Maar mensen willen hier niet over nadenken. Dus kiezen ze voor andere gedachtes. Zijn ze daarmee vrij wat betreft hun denken? Ik denk het niet. Want ze kiezen andere gedachtes om de onaangename gedachtes te vermijden. Hun keuze is gebaseerd op de noodzaak om ellendige gedachtes te verdringen. Dat is geen vrijheid.

Ík laat me achterover vallen in het gras. Ik kijk naar de blauwe lucht met voorbijtrekkende wolken. Vrijheid is een illusie. Neem nu de gedachtes over mijn toekomst. Ik kan denken dat ik in de hulpverlening wil werken. Maar ik kan ook denken: ‘Laat ik timmerman worden.’ Of: ‘Laat ik crimineel worden.’

Eigenlijk kan ik alles bedenken. Maar welke gedachte vervolgens tot actie wordt omgezet heb ik niet in de hand. Want wat bepaalt dat ik iets doe of niet? Ik zelf? Wat is dan dat zelf?

Ik blaas een dikke rookwolk uit. Mijn zelf is een leugen. Een door omstandigheden en DNA gecreëerde leugen.

Want de visie die ik heb vanuit het ‘zelf,’ is gecreëerd door eerdere oorzaken. En die oorzaken heb ik niet in de hand. Wat heeft mij gemaakt tot wie ik ben? De oorzaken. Maar wat heeft de oorzaken gecreëerd?

Ik noem het God. Sommige mensen noemen het toeval. Ik schiet in de lach. Toeval. Typisch een uitvinding van de mens. Alles wat ze niet begrijpen noemen ze toeval.

Ik kom overeind en wandel terug over het voetpad. Een kleine man loopt voorbij. Hij is breedgeschouderd, bijna vierkant. Hij heeft zijn kin in de lucht en borst vooruit. Vroeger was ik jaloers op dit soort mensen. Ik dacht: Waarom heb ik mijn blik onzeker naar de grond gericht, terwijl sommige mensen vol zelfvertrouwen zijn?

Maar dat was vroeger. Toen wilde ik ook zelfvertrouwen hebben. Maar nu begrijp ik hoe misplaatst dat is. Want het zelf kun je niet vertrouwen. Ten eerste weet je niet of het zelf wel door de juiste oorzaken is gedetermineerd. En ten tweede is mijn gedetermineerde zelf anders dan het zelf van anderen. Het kan onmogelijk zijn dat elke ‘zelf’ terecht vertrouwen heeft. Dat zou betekenen dat iedereen foutloos is. En dat geloof ik niet.

Want als we allemaal foutloos waren, waarom is de één dan gelukkiger dan de ander? Of is geluk niet belangrijk?

Maar wat is dan wél de graadmeter waarop we zelfvertrouwen baseren? Ik denk dat die graadmeter ontbreekt. En daarom is het altijd onterecht om zelfvertrouwen te hebben.

Als ik bijna thuis ben, kom ik tot de conclusie dat mensen met zelfvertrouwen geen flauw idee hebben. Juist omdat ze zeker zijn over hun persoonlijkheid, dwalen ze hardnekkig. Het zelfvertrouwen van de massa is niets anders dan een collectieve persoonlijkheidsstoornis.

Ik open de voordeur en ga naar binnen. Ik hang mijn jas op de kapstok.

Achter mijn bureau neem ik plaats en start de computer op. Intussen draai ik een shaggy. Zware shag van John Player. Heerlijk.

Ik begin te schrijven. Terwijl mijn vingers over het toetsenbord glijden, ben ik onzeker over wat ik schrijf. En ik glimlach tevreden. Want zo moet het zijn.

Zware shag en zelfvertrouwenLees ook: Terras

Deel:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Google+

Meer blogs

Uitnodiging Ik ben via mijn blog benaderd door een bedrijf. Ze nodigen me uit voor een sollicitatie. Iets met schrijven en internetmarketing. Echt leuk. Een so...
Een baan maakt gelukkig! Een baan maakt gelukkig! Ik ben jaloers op de mens die zijn alledaagse bezigheden als relevant ziet, en zichzelf en anderen wijsmaakt dat iets futi...
Blablabla Zojuist heb ik een sollicitatiegesprek gehad en het liep moeizaam. Ik kon niet enthousiast doen, waardoor ik die baan kan vergeten. Waar kan ik ver...
Vluchtgedrag Toen ik vanochtend wakker werd, wilde ik nooit meer uit bed. Ik fantaseerde dat mijn bed zich op een onbewoond eiland bevond, waar de tijd stil staat....
Autolampen Ik word wakker, en gris de telefoon van het nachtkastje. Het is half elf. Ik slaak een zucht. Tijd om op te staan. Na een poosje naar het plafond te h...

Geef een reactie