Het echte geloof

Afgelopen nacht ben ik erachter gekomen dat mijn geloof in God vooral rationeel is.

Omdat mensen mij regelmatig vragen waarom ik zo gelovig ben, zal ik in deze blog vertellen hoe dit tot stand is gekomen.

Als kind geloofde ik al in God. Ik was gelukkig, en omdat ik populair was op de basisschool, had ik veel zelfvertrouwen. Op momenten dat ik mij gelukkig voelde, ging ik bidden voor andere kinderen. Dan vroeg ik aan God of zij net zo gelukkig mochten zijn als ik.

Later ging het behoorlijk mis in mijn leven.

Op mijn veertiende verhuisden we naar een ander dorp en ik kon geen aansluiting vinden op de nieuwe school. Zonder de veiligheid van een omgeving waar mensen mij kenden, bleek er weinig over te zijn van mijn zelfvertrouwen.

Omdat ik niet wilde toegeven dat ik geen vrienden kon maken, deed ik alsof. Tegen mijn ouders zei ik wel degelijk vrienden te hebben. Om dat te bewijzen verzon ik regelmatig dat ik ging voetballen met jongens uit de klas. Vervolgens fietste ik urenlang in mijn eentje door het dorp. Als ik thuiskwam en mijn ouders vroegen hoe het was, zei ik: ‘Leuk,’ en ik verzon er allerlei verhalen bij.

De waarheid was dat ik mij behoorlijke eenzaam voelde. Elke ochtend ging ik met knikkende knieën naar school. Ik dacht: ‘Waarom helpt God mij niet?’

Halverwege dat eerste jaar begon ik over zelfmoord na te denken. Ik vond het leven afschuwelijk. Op een dag fietste ik naar de zee en dacht erover mijzelf te verdrinken. Op die manier had ik ooit iemand in een film een einde aan zijn leven zien maken. Maar toen ik tot mijn knieën in het water stond, ben ik terug het strand opgelopen. Ik durfde niet.

Ik ging in het zand zitten en heb nagedacht over hoe ik mijn leven kon verbeteren.

Na een poosje kwam het antwoord. De oplossing was dat ik naar een andere klas zou gaan. Misschien kon ik daar wel vrienden maken. Maar omdat ik niet wilde toegeven dat ik mij ellendig voelde, kon ik moeilijk om overplaatsing vragen. Dus verzon ik een andere manier. Ik nam mij voor een jaar te blijven zitten. Vanaf dat moment vulde ik op proefwerken alleen nog mijn naam in. Het plannetje slaagde. Ik bleef zitten en moest een jaar overdoen.

Maar ook in de andere klas lukte het niet om vrienden te maken. Toen kreeg ik een nieuw plan.

Wiet roken was erg populair. Ik dacht: Als ik wiet koop, mag ik vast wel mee met de andere jongens.

Het lukte. Ik kocht wiet en daardoor werd ik geaccepteerd. Ik mocht zelfs na schooltijd mee met de andere jongens. Eindelijk maakte ik vrienden.

Al snel daarna kwam de alcohol in beeld. Ik kon veel drinken wat ik stoer vond. In God geloofde ik niet meer. Hij had me in de steek gelaten, zo voelde het. Wat God niet voor mij kon doen, werd wel door de alcohol en drugs gedaan.

Deze levensstijl ging door tot mijn achttiende. Toen werd ik depressief. Ik kon niet meer eten of slapen en wilde alleen nog dood.

Op een dag was het zo erg dat ik geen tv meer kon kijken. Concentreren lukte niet meer. Ik werd duizelig en dacht dat ik een tumor had. Van depressie had ik nog nooit gehoord.

Samen met mijn moeder ben ik naar de huisarts gegaan. Die gaf me meteen antidepressiva.

Na een paar weken ging het wel weer. Ik kon doorgaan met school en met zuipen in de weekenden.

Ik begon na die depressie wel weer met in de bijbel lezen. Want ik dacht: Als een mens zo intens kan lijden, dan kan dat slechts veroorzaakt worden door een duistere macht. En als er een duistere macht is, dan is er ook een goede macht. Ook kreeg ik hierdoor interesse in filosofie.

Intussen stopte ik met de mbo studie die ik toen deed. Het interesseerde me allemaal weinig. Het enige wat mij interesseerde was filosofie, religie en alcohol.

De jaren verstreken. Na talloze kortdurende baantjes, afgewisseld met depressieve periodes en andere psychische klachten, kreeg ik op mijn vierentwintigste een hersenvliesontsteking. Ik woonde toen op mezelf, en volgens de neuroloog had ik geluk dat mijn moeder langs was gekomen. Anders was ik dood geweest of verlamd.

Toen dacht ik: ‘Shit, ik moet wat gaan doen met mijn leven. Ik wil doen wat ik écht leuk vind.’

Dus besloot ik naar de universiteit te gaan om filosofie te studeren. Na een toelatingstoets werd ik aangenomen. Maar mijn alcoholgebruik bleef hetzelfde. Ik zat liever in de kroeg dan in college. Na een jaar stopte ik met de studie.

Er volgde weer een aantal jaren met korte baantjes, afgewisseld met depressies.

Op mijn zevenentwintigste besloot ik dat het leven weinig zin had. En omdat ik veel van psychische problemen afwist, dacht ik anderen er misschien mee te kunnen helpen. Dan zou ik toch nog wat bijdragen aan de wereld. Ik schreef me in voor een studie SPH aan de Haagse hoge school.

Omdat het HBO heel makkelijk was, kon ik me daarnaast op het lezen van filosofie blijven richten. De dingen die ik voor de SPH opleiding moest leren, waren mij te oppervlakkig. Wel maakte ik de studie af, en behaalde mijn diploma cum laude.

Maar ik had nog steeds geen antwoord op mijn belangrijkste vragen. Hoe verhoud God zich tot deze wereld? Wat is de bedoeling van een leven vol ellende? Waarom lijdt mijn geest?

Ik had in die tijd al tientallen psychologen en psychiaters gesproken. En ik vond ze allemaal even slaapverwekkend. Het gebrek aan diepgang stuitte me tegen de borst.

Hoe dan ook, nadat ik mijn SPH diploma had behaald, gebeurde er iets bijzonders. Ik ging naar Berlijn om een paar dagen te feesten. Op een avond ontmoette ik in de kroeg een Canadees van een jaar of vijftig. Hij was professor in de filosofie. Echt zo’n serieuze kerel, met een brilletje en een ernstig gezicht.

Aan de bar raakten we in gesprek over filosofie. Hij vond het prachtig dat ik er zoveel van afwist. Waarschijnlijk had hij het niet verwacht, want ik droeg in die tijd meestal een trainingsjasje en had standaard een honkbalpet op mn hoofd. Niet bepaald een filosofisch uiterlijk.

Op een gegeven moment zei de Canadees: ‘Matthijs, je weet veel van filosofie. Maar wat is je persoonlijke visie? Wat is jouw filosofie?’

Ik begon te praten. Tjonge, ik denk dat ik wel een uur gesproken heb.

Tenslotte zei de professor: ‘Ik vroeg naar je persoonlijke filosofie, niet naar een samenvatting van de theorie van Spinoza.’

‘Huh,’ zei ik. ‘Wat zegt Spinoza dan?’

Ik had uiteraard van Spinoza gehoord, maar nog nooit zijn filosofie bestudeerd.

De Canadees lachte. ‘Als je Spinoza nog niet gelezen hebt, ga dat dan maar snel doen. Wat jij net zegt, is het hele werk van Spinoza in een notendop.’

Ik lachte en beloofde dat ik het zou doen.

Eenmaal terug in Nederland heb ik het hoofdwerk van Spinoza, zijn ‘ethica’ bij de bibliotheek geleend. Het lezen daarvan was een prachtige ervaring. Eindelijk leek ik de antwoorden op mijn godsvragen gevonden te hebben.

Ik weet nog dat ik enthousiast rondjes door de woonkamer liep met het boek in mijn hand. ‘Ik snap het!’ riep ik met mijn blik omhoog.

Vanaf toen onderbouwde ik mijn geloof met rationele argumenten. Dat geloof groeide, en ik dacht dat het wel goed zat.

Tot afgelopen nacht. Ik werd wakker en kon niet meer slapen. Toen besefte ik me plotseling iets.

Namelijk dat mijn geloof vooral rationeel is. Want waarom wordt mijn leven beheerst door angst? Als ik écht zou geloven, dan zou ik geen angsten hebben. Als ik zou voelen dat God machtig is, waarom twijfel ik dan aan alles?

Verstandelijk mag ik dan geloven, gevoelsmatig ben ik nog altijd een doodsbang kind.

Als ik mijn geloof wil belijden, dan moet ik de angsten overwinnen. En de dingen die ik niet kan overwinnen moet ik accepteren. Ik moet leren te vertrouwen op God.

Ik ben blij met dit inzicht. Nu maar hopen dat het niet bij een verstandelijk inzicht blijft. En dat er na zoveel jaren eindelijk ruimte komt voor het echte geloof.

Nu ga ik solliciteren. Want de angsten die zijn ontstaan door talloze slechte ervaringen, mogen mij niet langer tegenhouden. Fijne dag!

geloofLees ook: Telefoontje van Klaas

Deel:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Google+

Meer blogs

Het komt allemaal door de hersenen Gisteren had ik een discussie die losbarstte nadat ik zei: ‘Voor mijn prestaties wil ik niet geprezen worden, en voor mijn falen niet vervloekt. Niets...
Morele inventaris Ik ben begonnen met stap vier van het twaalfstappen programma. Een morele inventaris over mezelf schrijven. Dat is best heftig. Ik schrijf alles op...
Afbouwen van antidepressiva Vandaag ben ik begonnen met het afbouwen van antidepressiva. Mijn eerste depressie was toen ik achttien was. Ik kon niet meer slapen en eten. Ik wi...
Afspraak met psychiater Vandaag had ik een afspraak met de psychiater. Een oudere vrouw haalde me uit de wachtkamer. Ze nam plaats achter de computer en vroeg of ik nog ee...
In bed met Madeleine Ik lig in bed met Madeleine. We praten over de toekomst. Ik zeg dat het bloggen saai begint te worden. ‘Misschien moet je een YouTube kanaal beginn...