231

Ik zit naast Madeleine op de bank. Ze zegt dat ze mijn laatste blogs mooi vindt, en dat ik goed bezig ben.

Ik haal mijn schouders op, en zeg dat ik de tijd mis waarin ik veilig hele dagen thuis zat, en geen aanstalten maakte te gaan werken.

‘Je leefde in een illusie,’ zegt ze. ‘Je bent nu zoveel beter bezig.’

‘Ik weet het,’ zeg ik. ‘Maar het voelt niet zo.’

‘Dat komt wel, Mathijs, verandering doet pijn.’

‘Maar waarom doet het goede pijn?’ vraag ik. ‘Waarom heeft God dat zo gemaakt?’

‘Hou op over God,’ lacht ze.

‘Ik heb Hem nodig, Madeleine. Het is zoals Jezus zegt: we moeten door de smalle poort gaan en dat is moeilijk.’

‘Zie je nou wel. Je weet best dat je goed bezig ben.’

‘Klopt. Maar ik ben bang om te werken.’

‘Waar ben je zo bang voor?’

‘Dat ik fouten maak en de mensen boos worden. En ik in paniek raak.’

‘Hoe kun jij nou dingen fout doen?’ zegt ze. ‘Jij kan meer dan iedereen in dat magazijn bij elkaar.’

‘Zo moet je niet tegen me praten,’ zeg ik. ‘Dan ga ik het geloven.’

‘Goedzo,’ zegt ze. ‘Als je morgen begint, zul je zelfvertrouwen uitstralen en je werk goed doen.’

‘Weet je wat ik denk? Dat mijn ontwikkeling gestopt is toen ik 14 jaar oud was en begon met drinken en mijzelf terugtrekken uit het leven. Sindsdien ben ik altijd angstig geweest tijdens werk of andere dagelijkse verplichtingen.’

‘Juist,’ zegt Madeleine. ‘De inzichten zijn er, nu moet je ze alleen nog in praktijk brengen.’

‘Wijsneus,’ zeg ik. ‘Je hebt gelijk. Waarschijnlijk ben ik deze angsten over een jaar kwijt. Dan lach ik erom.’

‘Zeker weten.’

‘Gelukkig staat alles online,’ zeg ik. ‘Zodat ik het niet vergeet.’

‘Of dat bloggen verstandig is weet ik nog steeds niet,’ zeg ze. ‘Heb je echt zoveel lezers?’

’50.000 per maand.’

‘Jeetje. Straks ben je beroemd.’

‘Inderdaad, Madeleine. En dan word jij mijn manager.’

Ze lacht en slaat een arm om me heen. ‘Ja Mathijs. Dan word ik jouw manager. Alles komt op zijn pootjes terecht.’

‘Als God het wil,’ mompel ik.

‘Nee,’ zegt ze. ‘Als jij het wil.’

‘Trouwens,’ zeg ik en kijk haar ernstig aan. ‘Als je mijn manager wordt, is het misschien handig dat we ook verkering hebben. Wat denk je ervan?’

‘Ik heb al een vriend, Mathijs.’

‘Je kunt hem toch vertellen dat je meer voor mij voelt dan voor hem?’

Ze lacht. ‘Is dat zo?’

Ik knik. ‘Ogen liegen nooit, Madeleine. Als ik je nu zoen, hou je me niet tegen.’

‘Waarom doe je het dan niet?’ vraagt ze en kijkt me uitdagend aan.

Een moment twijfel ik. Dan buig ik mijn gezicht naar haar toe. Vlak voor mijn lippen de hare raken, fluister ik: ‘Zondaar.’ En ik trek snel mijn hoofd terug.

‘Ik haat jou,’ lacht ze.

‘Tja,’ zeg ik. ‘Zo zie je maar. Haat en liefde liggen dicht bij elkaar.’

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close