165

Ik heb een moord gepleegd. Het ging als volgt:

Zojuist ging ik voetbal kijken. De halve finale, met chips en cola. Ik had er veel zin in.

Terwijl ik languit op de bank lag, kwam er een vlieg op mijn arm zitten. Het jeukte dus joeg ik hem weg.

Toen landde hij op mijn arm. ‘Hou daarmee op,’ zei ik tegen de vlieg. ‘Laat me even rustig voetbal kijken. Ik zit in m’n opbouwfase van medicatie. Ik heb het al zwaar genoeg.’

De vlieg trok zich er niets van aan. Sterker nog, hij begon rond mijn hoofd te zoemen.

Ik kwam met een ruk overeind. ‘Nu zal ik je krijgen,’ zei ik en zocht naar iets om mee te slaan. Bij gebrek aan vliegenmepper of tijdschrift, pakte ik een boek.

‘Strikt genomen mag ik geen insecten doden,’ zei ik bij mezelf. ‘Ik geloof in reïncarnatie en de vlieg is in een vorig leven mogelijk mijn moeder geweest.’

‘Maar…’ besloot ik, ‘een rustig avondje is ook iets waard,’ en ik ging op jacht.

De vlieg zat op de tv. Ik sloeg zo hard ik kon. De tv viel bijna van het kastje. ‘Kut,’ schreeuwde ik, en de vlieg vloog weg.

Even later streek hij neer op het salontafeltje. Ditmaal sloeg ik raak. De overblijfselen van de vlieg zaten over de kaft van het boek besmeurd.

‘Sorry,’ mompelde ik terwijl ik met een papiertje het boek schoon wreef. ‘Hopelijk krijg je een leuk volgend leven, maar vanavond wil ik rustig voetbal kijken.’

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close