160

Madeleine is op bezoek en we zitten in de tuin. Ik heb zojuist koffie ingeschonken.

‘Mathijs,’ zegt ze. ‘Je moet niet van die rare stukjes op LinkedIn plaatsen. Het komt nogal vreemd over dat je de ene week depressief bent en om hulp vraagt, terwijl je een week later mensen op LinkedIn beledigt.’

Ik neem een slokje koffie en zeg: ‘Het feit dat ik psychische klachten heb, wil niet zeggen dat ik geen mening mag hebben.’

Ze haalt haar schouders op. ‘Mensen kunnen die twee zaken niet met elkaar rijmen. Ze zullen denken dat je de boel manipuleert of niet écht bent.’

‘Oké. Maar moet ik daarom mijn mening voor me houden? Zoals je weet kan ik het ene moment lachend de draak steken met dingen en vervolgens een hele avond in paniek zijn en geen uitkomst meer zien.’

‘Ik weet het, Mathijs, maar als je geen lezers kwijt wilt raken, zou ik het veranderen.’

‘Dus ik moet mezelf op één wijze positioneren, omdat de lezers anders afhaken?’

‘Inderdaad.’

Ik maak een wuivend gebaar. ‘Je kent me, ik zal nooit omwille van lezers mijn teksten aanpassen. Waarom denk je dat ik schrijf?’

‘Geen idee.’

‘Omdat ik het fijn vind te schrijven over wat me bezighoudt. Dat kan ellende zijn, maar ook een mening, of een gesprek met een leuke vrouw zoals jij.’

‘Ja, ja. Slijmbal.’

‘Ik ben serieus. Het is toch ernstig dat mensen zodra je labiel of kwetsbaar bent, vinden dat je geen stevige mening meer kan hebben of grapjes kan maken? Mensen met psychische problemen hebben net zo goed hun streken en opvattingen.’

‘Kan allemaal best zijn,’ zegt Madeleine, ‘Maar mensen denken nu eenmaal zo. En ik dacht ook zo voordat ik jou leerde kennen. Je kan toch rekening houden met de verwachtingen van mensen?’

‘Nee, want ik schrijf niet omdat ik lezers wil vermaken. Als ik ergens een hekel aan heb, is het mensen plezieren en daarbij de werkelijkheid verbloemen. Ik ben zoals ik ben. Als dat teleurstellend of verwarrend is voor sommigen, dan lezen ze maar wat anders.’

‘Eigenwijs mannetje,’ zegt Madeleine. ‘Ik vind het gewoon niet leuk als mensen je verkeerd inschatten. En dat veroorzaak je zelf.’

‘Klopt,’ zeg ik. ‘Maar de verwarring die ik creëer komt door het werkelijke beeld van mezelf. Het zou pas leugenachtig zijn als ik een stabiel beeld zou schetsen.’

Madeleine knikt. ‘Oké, oké. Ik begrijp je. Hoe is het vandaag?’

Ik lach, kom overeind en geef een zoen op haar wang. ‘Het gaat goed, want jij bent hier. Ga je mee zwemmen?’

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close