150

Aan een tafeltje in een kroeg, wacht ik op mijn Tinder date. Een vrouw van veertig jaar oud. Haar naam is Marijke, ze is advocaat.

Ik drink bier en kijk naar de ingang. Al snel komt ze binnen. Ze draagt een rood mantelpakje en heeft bruin lang haar. Ze glimlacht naar me. Ik let op haar ogen om te zien of het een oprechte lach is.

‘Goedenavond,’ zeg ik terwijl ik overeind kom en een vluchtige kus op haar wang geef. Een zoete parfum geur dringt mijn neusgaten binnen.

‘Ga toch zitten,’ zeg ik, alsof het mijn eigen huis is.

Ze lacht en neemt plaats.

‘Tjonge,’ zeg ik. ‘Je bent heel knap.’

Ze giechelt.  ‘Slijmbal.’

‘Wat drink je?’ vraag ik en ze antwoordt: ‘droge witte wijn.’

Even later heeft ze haar glas, en nadat ze een slokje genomen heeft vraagt ze: Heb je lekker gewerkt vandaag?’

Ze denkt dat ik accountmanager ben, dat heb ik haar via de chat verteld.

‘Het was nogal druk op de zaak,’ zeg ik, ‘en ik heb een leuke opdracht binnengehaald.’

‘Nice,’ zegt ze.

Ik neem een slok bier. ‘Ja, en jij? Nog een paar criminelen uit de gevangenis weten te houden?’

Ze schudt haar hoofd. ‘Dat niet, maar ik heb wel voorkomen dat iemand door de gemeente gekort wordt op zijn bijstandsuitkering.’

Ik steek mijn duim op. ‘Goed gedaan.’

Ze haalt haar schouders op. ‘Eigenlijk had hij die maatregel verdiend.’

‘Ach,’ zeg ik. ‘Je bent advocaat, dus de waarheid is wel het laatste wat je nastreeft. Toch?’

Marijke priemt haar ogen in de mijne. ‘Dat klinkt nogal veroordelend.’

Ik hef mijn handen in een gebaar van onschuld. ‘Leugenachtigheid is voor een advocaat een goede eigenschap. In een kwaadaardig systeem moet je als advocaat ook kwaadaardig zijn. Anders is het einde zoek.’

‘Kwaadaardig systeem?’

Ik knik. ’Ons rechtssysteem.’

‘Vind je dat kwaadaardig?’ vraagt Marijke met opgetrokken wenkbrauwen.

Ik leun wat achterover in mijn stoel, neem nog een slok bier en zeg:

‘Natuurlijk vind ik dat. Mensen zouden eigenlijk geen recht mogen spreken over hun soortgenoten. We zijn allemaal even schuldig. De ene mens beheerst zijn kwade intenties alleen wat beter. Maar dat geeft hun niet het recht anderen te bestraffen.’

‘Een maatschappij moet toch beschermd worden?’ zegt Marijke.

‘Ja,’ zeg ik. ‘Alleen dat gebeurd op de verkeerde manier. Men grijpt pas achteraf in terwijl aan preventie niets gedaan wordt.’

‘Onzin,’ zegt Marijke.

‘Mag ik een waar gebeurd voorbeeld geven?’ vraag ik.

Ze knikt.

‘Oké,’ begin ik. ‘Er was eens een kleuter. Hij werd door zijn moeder gedwongen tot seks met dieren, en tot het eten van zijn eigen uitwerpselen. Sadistische mishandeling, zogezegd.

Zijn moeder was voordat ze zwanger raakte al bekend bij de instanties. Een gewelddadige en gestoorde vrouw. Ze hadden kunnen weten dat zij niet bepaald een lieve en zorgzame moeder zou worden.

Haar zoontje werd als een beest mishandeld. Zijn jeugd was een hel. Hij ontwikkelde zich tot psychopaat en pleegde een moord toen hij twintig jaar oud was. Vervolgens werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.’

Ik neem een slokje bier en vervolg: ‘Dat vind ik kwaadaardig, Marijke. Want waar was de maatschappij om het kind te beschermen tegen zijn moeder?’

‘Deels ben ik het met je eens,’ zegt ze. ‘Maar er is ook nog zoiets als eigen verantwoording.’

Ik zucht. ‘Hoe kan je nou beweren dat iemand die dat soort gruwelijkheden heeft meegemaakt een eigen verantwoording heeft? Die verantwoording komt vanuit de hersenen die gegroeid zijn onder invloed van die gruwelen.’

‘Tja,’ zegt Marijke. ‘Dat is waar.’

‘Daarom vind ik het goed dat er leugenachtige advocaten bestaan,’ vervolg ik, ‘zodat ze een vuist kunnen maken tegen het onrecht van ons systeem.’

Marijke zegt: ‘Het is niet zo dat advocaten alleen maar liegen.’

‘Nee,’ knipoog ik. ‘Maar meestal wel.’

‘Je hebt een lekker beeld van mij,’ zegt ze, ‘maar niet heus.’

Ik haal mijn schouders op. ‘Dat je innerlijk slecht bent, is onbelangrijk. Het is me vooral om je uiterlijk te doen.’

Ze schudt lachend haar hoofd. ‘Jij spoort niet, Mathijs.’

‘Och,’ zeg ik.

Marijke, drinkt haar glas leeg en kijkt me vragend aan. ‘Jij nog een biertje?’

‘Graag.’

Ze staat op en loopt naar de bar.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close