Ik moet iets doen

De laatste dag van de week van de acute dagbehandeling bij de GGZ.

We zitten in een kring en de begeleidster vertelt dat we geheugentraining gaan doen.

‘Waarom?’ vraag ik.

‘Omdat bij psychische stoornissen het geheugen vaak slecht is.’

‘Met mijn geheugen is niets mis,’ zeg ik.

‘Toch kan het goed zijn om spelletjes te spelen die het geheugen prikkelen,’ zegt de begeleidster.

Ik haal mijn schouders op.

De begeleidster begint het spel uit te leggen.

Intussen kijk ik naar de nieuwe patiënt die vandaag bij de groep is aangesloten. Een kleine vrouw met stekeltjeshaar die steeds nadat ze wat zegt een vreemd lachje laat horen. Geen vreugdevolle lach, eerder een soort gehinnik.

Inmiddels is het spel begonnen. Een jongedame met paars geverfd haar kijkt me aan en zegt dat ze héél goed is in dit soort spelletjes. ‘Ik heb namelijk een IQ van 150.’

‘Oja?’ zeg ik.

Ze knikt langzaam. ‘Ik ben een gecompliceerd geval.’

‘Joh,’ zeg ik, en richt mijn aandacht op het spel.

De vrouw met stekeltjeshaar is aan de beurt. ‘Wat moet ik nu doen?’ vraagt ze, gevolgd door haar zenuwachtige lachje. ‘ik snap het niet.’

De begeleider legt uit wat de bedoeling is. Na ongeveer een kwartier heeft ze het eindelijk door, en dan begint ze keihard te lachen. ‘He, he, he!’ klinkt het. ‘He, he, he!’

Een uur later is het spel afgelopen. Als ik in de auto terug zit voel ik me geërgerd en gespannen. Ik rook de ene na de andere sigaret. Alles lijkt steeds donkerder te worden. Met moeite lukt het me op de weg te concentreren.

Dit gaat niet goed. Ik moet iéts doen, is de gedachte die steeds terugkeert.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close