Weer begonnen

Vanochtend heb ik weer Efexor genomen.

De angst en de onrust nemen toe, dat zijn de bijwerkingen. Ik besluit een wandeling op het strand te maken.

Ik ga in het zand zitten en kijk naar de zee. Het maakt me droevig en ik begin te huilen. Ik denk aan de dingen die ik moet doen in mijn leven. Een woning regelen bijvoorbeeld, en werk zoeken. Maar ik ben in paniek en het enige dat ik in het vooruitzicht heb zijn slapeloze nachten.

Vervolgens steek ik met trillende handen een sigaret op. Er is iets veranderd aan de zee, namelijk het geluid van de branding dat minder sterk lijkt. Alsof het van verder weg komt.

Mijn telefoon gaat. Het is m’n moeder.

‘Hoi, mam.’

‘Hoe gaat het?’ vraagt ze, en vanwege de warmte in haar stem krijg ik een brok in mijn keel.

‘Ik weet het niet, mam,’ zeg ik.

‘Wat zei de huisarts vanochtend? Ben je weer met medicatie begonnen?’

‘Ja.’

‘Hou vol jochie, het komt goed. Ik heb net boodschappen gedaan en zal vanavond lekker voor je koken.’

‘Oké, mam.’

Ik verbreek de verbinding. Het doet pijn dat m’n moeder zoveel probeert om mij weer gelukkig te maken. Want het werkt niet. Net zoals wat ik zelf doe niet werkt. Toch heb ik mezelf een jaar of twee onder controle gehad. Maar toen begon de herrie van de bovenbuurman. Toen ging het fout.

Mijn moeder wil mij net zo graag helpen als ik mezelf. Maar tegen de praktische omstandigheden is niet op te boksen, want woningstichtingen luisteren niet naar bezorgde moeders.

Ik sta op en loop dichter naar de zee toe. Het verbaast me hoe ver weg het geluid van de branding klinkt. Alsof het gefilterd wordt. Komt dat door één pil? Een eng idee.

Ik kijk naar de zee, en zou er het liefst in lopen om nooit terug te keren. Kopje ondergaan, weg van alles. Het water van de zee is koud, maar lang niet zo koud als de wereld.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close