116

Gisteren vroeg mijn broer of ik mee wilde doen met een voetbalwedstrijd van zijn vriendenteam. Ze hadden een man te weinig.

Sinds mijn veertiende heb ik niet meer gevoetbald. Maar dat was geen probleem volgens mijn broer.

‘Het niveau is niet al te hoog,’ zei hij.

Even later stond ik op het zonnige veld. Ik was best zenuwachtig.

‘Heb je ervaring?’ vroeg de aanvoerder tijdens de warming up. ‘Wat is je niveau?’

‘Dat ligt ergens tussen Messi en Ronaldo in,’ zei ik.

Hij lachte en wenste me succes.

De wedstrijd begon. Ik stond voorin, en keek naar mijn teamgenoten die de bal soepel naar elkaar overspeelde. De paar keer dat ik werd aangespeeld verloor ik de bal. Ik bakte er weinig van en miste conditie.

Na de eerste helft stonden we 0-3 achter.

De tweede helft ging het beter. Het was al snel 2-3.

En toen kreeg ik plotseling de bal. De weg naar het doel van de tegenstander lag open. Ik moest rennen, maar was al volledig buiten adem. Dit staat symbool voor het leven, dacht ik. Soms moet je doorgaan als je niet meer denkt te kunnen.

Ik begon te dribbelen. Met een kapbeweging ging ik voorbij de laatste verdediger. En jawel, daar stond ik, alleen voor het doel van de tegenstander. Ik schoot zo hard ik kon. De bal vloog tegen de touwen. Gejuich.

3-3.

We hebben alsnog verloren, maar dat mocht de pret niet drukken.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close