Bij Madeleine thuis, deel drie

Midden in de nacht, we stonden bij de voordeur en je zei dat het gezellig was. Ik voelde me vreemd en had geen zin naar huis te gaan. Je gaf me een zoen op de wang en legde je hoofd tegen mijn borst. Ik sloeg weifelend een arm om je heen.

Toen zei je dat je nooit iemand had meegemaakt die zo apart was. Ik stapte naar buiten de voortuin in, draaide me om en keek naar je. In de deuropening met je joggingbroek en slobbertrui, en ik vond je prachtig.

De nacht was koud en deed me huiveren. ‘Straks vries ik dood,’ zei ik. Je zei lachend dat ik op moest houden.

Ik maakte met mijn vingers het peace teken. ‘Het gaat je goed, Madeleine.’

‘Dat klinkt nogal heftig, alsof je nooit meer terugkomt.’

‘De toekomst is onzeker. Morgen kan alles voorbij zijn. Alleen God bepaalt.’

‘Overdrijf niet zo.’

Ik lachte. ‘Soms denk ik dat alles allang gebeurd is. Snap je wat ik bedoel? Dat tijd een illusie is.’

‘Oké, ik doe nu snel de deur dicht, voordat je weer over Einstein begint. Ik vond het gezellig, Matthijsje.’

‘Ik ook. Vergeet niet te bidden voor het slapengaan, he?’

‘Dag Matthijs!’ lachte je hoofdschuddend.

Je maakte een handkusje en de deur ging dicht. Ik draaide me om en liep de koude nacht in.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close