Bij Madeleine thuis, deel twee

Nog altijd op de bank bij Madeleine. We keken ‘Picky Blinders,’ en al is het een goede serie, ik kon mijn aandacht er nauwelijks bij houden. Dat had niet zozeer met Madeleine te maken die met haar hoofd tegen mijn schouder lag, maar met mijn eigen stemming, die plotseling was omgeslagen.

Mijn blik dwaalde steeds af naar de fotolijstjes waar Madeleine als kind op stond omringd door haar ouders en waarschijnlijk broer, ze lachten vrolijk in de camera.

Ik concentreerde mij weer op de tv. De hoofdpersoon had zojuist een herbeleving gehad van een traumatische gebeurtenis, waardoor hij nu in de kroeg zat te drinken. En ik dacht dat het eigenlijk niet uitmaakte hoe je met traumatische gebeurtenissen omgaat, dat je jezelf evengoed lam kan zuipen als dat je in therapie gaat. Wat is het verschil?

Ik kreeg zin om Madeleine te vragen of ze bier in huis had of whisky, en als dat zo was zou ik dronken worden en daarna met haar in bed belanden. En de volgende dag zou ik wakker worden met hoofdpijn en schuldgevoelens, omdat ik haar de illusie gaf iets te willen. En ik dacht aan al die vrouwen die zo door mannen worden behandeld en aan de mannen die schijt hebben aan het leed dat door hun leugens wordt veroorzaakt.

Terwijl de hoofdpersoon iemand neerschoot, zei Madeleine dat ze het een goede serie vond. Ik zei ‘ja’ en plotseling moest ik zowat huilen, en daarom zei ik: ‘Misschien moest ik maar eens naar huis gaan.’

Madeleine keek me teleurgesteld aan, waardoor ik zei: ‘Ik kan net zo goed nog even blijven.’

‘Heb je honger?’ vroeg ze.

Ik zei dat ik altijd honger heb en ze stond op en ging naar de keuken.

‘Gaat het wel?’ vroeg Madeleine die een schaaltje chips neerzette waardoor ik nog somberder werd. Het was zo lief wat ze deed en ik kan er niet goed tegen als mensen lief doen want ik ben bang dat ik dat niet kan beantwoorden.

‘Ik zit in een dipje,’ zei ik.

‘Dat is te zien, wat is er aan de hand?’

‘Ik vraag me af waarom we leven.’

‘Dat moet je je niet afvragen. Het antwoord zal nooit komen.’

‘Je bent wijs,’ zei ik.

‘Ik dacht dat je me dom vond.’

Ik pakte een grote hand chips en er vielen wat stukjes over de bank. ‘Sorry,’ zei ik. ‘Als je wilt zal ik zo stofzuigen.’

‘Het is al goed. Maar waarom noem je me altijd dom?’

‘Omdat ik mezelf dan beter voel. Er is maar één iemand dom is,’ en ik wees naar mezelf.

‘Je bent vreemd,’ zei ze terwijl ze haar hoofd weer tegen mijn schouder legde. ‘Maar dom ben je niet.’

‘Ik denk teveel na, dat is wel degelijk dom.’

‘Waarom vind je dat?’

‘Omdat mijn denken nooit iets praktisch betreft. Ik ben een vervloekte filosoof.’

‘Dat vind ik juist leuk aan je.’

‘Ja, maar het is zinloos. Wat weet de vis van het water waar hij zijn leven lang in zwemt?’

‘Goede vraag,’ zei ze terwijl ze een chipje uit mijn hand pakte.

‘Hee!’ zei ik. ‘Pak je eigen chips. Dit is van mij!’

‘Egoïst.’

‘Sorry. Waar hadden we het over?’

‘Je begon over een vis,’ zei ze.

Ik lachte. ‘Oja. De vis vraagt zich niets af over het water waar hij in zwemt. Dat is een uitspraak van Einstein die daarmee aangaf hoe dom zijn werk als wetenschapper eigenlijk was.’

‘Was dat geen valse bescheidenheid?’ vroeg ze.

‘Nee, hij vond dat echt. Einstein was een held. Als jij ook maar greintje van zijn zelfinzicht zou hebben dan…’

Madeleine drukte haar hand op mijn mond. ‘Ssst.’

‘Oké,’ zei ik haar hand weghalend. ‘Maar ik meende wat ik zei, dat ik dom ben vergeleken met jou. Ik zou er veel voor over hebben om zoals jou te zijn.’

‘Dat is saai hoor,’ zei ze.

‘Ja, dat weet ik ook wel, maar saai is niet verkeerd. Dat is een misvatting. Ik zal je zeggen wat er gebeurt met mensen die zogenaamd alles uit het leven halen. Uiteindelijk komen ze erachter dat het allemaal leegte is, en dat ze net zo goed rust, regelmaat en reinheid hadden kunnen naleven, want dat brengt tenminste nog gemoedsrust. Kijk naar jou. Je straalt zoveel rust uit. Wat maakt het dan uit dat je geen diepere gedachtes hebt of dat je een suf kantoorbaantje hebt? Dat doet er allemaal niet toe. Ik ben echt jaloers op je.’

Ze keek me een poosje geringschattend aan, en zei tenslotte: ‘Volgens mij meen je het.’

Ik lachte. ‘Als je nu al aan me ziet wanneer ik iets meen, dan gaan we de verkeerde kant op.’

‘Waarom? Mag ik je niet leren kennen?’

‘Jawel. Dat mag. Alleen dan word je misschien verliefd. Velen zijn je voorgegaan.’

‘Arrogante kwal. Ik word niet zo snel verliefd.’

‘Dat is prima,’ zei ik. ‘En eerlijk is eerlijk, tot nu toe bevalt het goed met je. Je appt me weinig en zeurt nooit. Ben je wel een vrouw?’

Ze zuchtte. ‘Een vreselijke zwetser ben je.’

Ik knikte. ‘Je weet waarom mijn site ‘Gezwets en gezwam’ heet, toch?’

‘Je hebt het ongetwijfeld gezegd, maar ik ben het vergeten.’

‘Oké, dan vertel ik het nog een keer. Mijn site heet zo omdat alles gelul is. Geen woord doet er namelijk toe. Het beste zou zijn als we allemaal zouden zwijgen. Dat is mijn ideale samenleving. Daar moeten we naartoe. Dat is de ultieme wijsheid. Ken je Wittgenstein? Hij zei dat alle filosofie alleen maar een probleem is van de taal. Zonder taal geen problemen. Je moet er maar op komen. Geef toe dat het een redelijk briljant inzicht is.’

‘Waarom heb je me dan een boek gegeven van duizend pagina’s?’

Ik lachte. ‘Omdat spelen leuk is en taal is niets anders dan spelen. Wist je dat de woorden die iemand zegt nooit iets vertellen over wat diegene je duidelijk wil maken? Het gaat erom wat iemand z’n intenties zijn. En die kun je alleen voelen. Daar spelen het verstand en de taal geen enkele rol in. Serieus, Nietzsche heeft dat als eerste begrepen en opgeschreven. Freud heeft het overgenomen en verder uitgewerkt, en toen Wittgenstein zijn werk publiceerde, was dat de genadeklap. In één keer was het gedaan met alle prietpraat van de zogenaamde filosofen uit de eeuwen voor hem. Als je het tenminste begrijpt, wat maar voor weinig mensen is weggelegd.

Dat is nog het grappigste. De meeste mensen kunnen niet diep genoeg nadenken om te snappen dat wat zij denken te begrijpen allemaal illusies zijn. Daarom heet mijn site gezwets en gezwam. Elk geschreven of gesproken woord, is een begin van de menselijke dwaling, omdat de taal een dwaling zelf is. Wat iemand ook schrijft of zegt, het is altijd gezwets en gezwam. Dat moet je goed onthouden, Madeleine.’

‘Ik ben je alweer kwijt,’ zei ze. ‘Waarom ga je niet iets met filosofie doen?’

‘Omdat filosofie geen waarde heeft in deze wereld. Neem nou iemand als Nietzsche, één van de hoogste mensen die ooit is voortgebracht. Een gevolg was dat hij nergens een plek vond en door Europa trok als een zwerfhond. Zo gaat deze wereld met de allerhoogste mensen om. Als jij de wereld veranderd, ga ik wat met filosofie doen. Deal?’

‘Ik hou het wel bij mijn suffe kantoorbaantje.’

‘Ja, gelijk heb je. De wereld veranderd pas als men in de gaten krijgt dat het niet anders kan. Ik schat nog een jaar of tweehonderd. Dan zijn we heel wat oorlogen verder, en dan komt het allemaal goed. Wil jij trouwens kinderen?’

Ze haalde haar schouders op. ‘Ik denk het wel.’

‘Nou, nou, lekker enthousiast.’

‘Jij wel dan?’ vroeg ze ongelovig.

‘Ik denk daar de laatste tijd over na. Eerst wilde ik het absoluut niet omdat ik vind dat je volledig zeker moet zijn van je kunde als vader. Maar als ik zie wat voor idioten allemaal kinderen krijgen, dan maakt het weinig uit. Ik zou denk wel een leuke vader zijn. Misschien iets te makkelijk. Grenzen aangeven is ook belangrijk. Dat las ik laatst in een bijdrage op Linkedin.’

Madeline grinnikte. ‘Je zou inderdaad te makkelijk zijn. En je zou ze de godganse tijd filosofie boeken geven.’

‘Nou, ik geloof bovenal dat je kinderen volledig zichzelf moet laten zijn. De grenzen van de wereld komen ze vanzelf wel tegen. Dat brengt me meteen bij een bezwaar. Ik weet niet of ik het tegenover God wel kan verantwoorden dat ik kinderen op deze duivelse wereld zet. Weet je wat Paulus daarover zegt?’

Ze zuchtte. ‘Alweer een filosoof.’

‘Nee, nee, een profeet. Dat is anders. Paulus zegt dat als je geen vrouw hebt, je dat beter zo kan houden, en je leven in dienst stellen van God. Maar, zegt hij, als je sterke seksuele behoeftes hebt, kun je beter wél een vrouw zoeken, want dan kan je daar je behoeftes op botvieren, zodat je niet met verschillende vrouwen naar bed hoeft.

Madeleine lachte. ‘Goede theorie.’

‘Ja. Het probleem is alleen dat tegenwoordige mannen die een vrouw hebben, alsnog op Tinder staan om hun leegte te vervullen. Paulus had duidelijk buiten Tinder gerekend.’

Lees ook: Bij Madeleine thuis, deel drie

Deel:
Facebook
Twitter
LinkedIn
Google+

Meer blogs

Werknemers zijn slaven Alle werknemers zijn slaven. Men krijgt tegenwoordig misschien geen zweepslagen, maar verder is er weinig verschil met vroeger. Omdat mensen niet a...
Commerciële empathie Er staan veel hulpverleners op Linkedin. Omdat ik open ben over mijn psychische klachten, sturen ze mij regelmatig berichten. Zoals: ‘Beste Matt...
Verslaving Gisteren heb ik het Big Book gelezen, het handboek van de Alcoholics Anonymous. Omdat ik nauwelijks nog drink of drugs gebruik, dacht ik dat het ni...
Kracht en toekomst Ik ben een week vrij van antidepressiva, de drugs die ik vijftien jaar heb ingenomen. De eerste dagen waren lastig, duizelingen en nog wat verschijnse...
Tinder date op het terras ( deel 2 ) Ik bevind me nog steeds op het terras met Vera. De zon schijnt fel en brandt op mijn gezicht We drinken ons tweede kopje koffie. Vera vertelt een r...

Geef een reactie