Een vrouw als baas?

Het was half negen in de ochtend. Ik hing uit het raam te roken toen mijn buurman beneden met zijn aktetas naar de auto liep. Het is een ambtenaar van in de veertig met een kale kop en een rond brilletje.

‘Moguh buurman!’ riep ik.

Hij keek naar boven met een afwezige blik. ‘Goedemorgen.’

Zijn sleutelbos tevoorschijn toverend, ontgrendelde hij de auto waardoor een dubbele piep hoorbaar was.

‘Heb je er zin in vandaag? vroeg ik.

Hij zette de aktetas op de stoep en keek me met een glimlach aan. ‘Het moet maar, hé?’

Ik knikte en het viel me op hoe vermoeid hij uit zijn ogen keek. ‘Heb je het laat gemaakt gisteren?’

‘We hadden visite,’ zei hij, ‘en zijn pas om half twee naar bed gegaan.’

‘Tjonge, en nu weer vroeg naar de baas. Heeft hij daar geen moeite mee, als je slaperig bent?’

‘Het is een vrouw,’ zei hij en in de toon klonk zoveel minachting dat ik in de lach schoot.

‘Liever geen vrouw als baas?’ vroeg ik.

Hij trok een vies gezicht. ‘De moderne tijd,’ zei hij terwijl hij de deur opende en zijn aktetas op de achterbank gooide.

‘Ja, de moderne tijd,’ herhaalde ik. ‘Maar is ze wel geschikt voor haar functie?’

Toen begon hij hard te lachen, en schudde zijn hoofd. ‘Nee, natuurlijk niet.’

Ik grinnikte. ‘Jij ziet ze liever achter het aanrecht, nietwaar?’

Hij knikte lachend, stak zijn duim op en stapte in. ‘Fijne dag,’ zei hij en trok de deur dicht.

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close