49

Een groep mensen leeft ergens samen. Om dit soepel te laten verlopen hebben zij regels bedacht, zowel geschreven als ongeschreven.

Als iemand een geschreven regel overtreedt, volgt straf. De leden van de maatschappij hebben woorden verzonnen voor de mensen die wetten overtreden. Zij noemen dit misdadigers, criminelen of boeven.

Voor mensen die de ongeschreven regels overtreden hebben zij ook woorden verzonnen. Tuig, schorem, asocialen.

Omdat sommige mensen de macht van de maatschappij niet erkenden, heeft de samenleving iets bedacht. Zij hebben de ethiek in het leven geroepen. Als mensen lastig zijn, wijst men op normen en waarden. Dat dit puur en alleen is om de macht van de maatschappij te garanderen, is door de leden allang vergeten. Het is vanzelfsprekend.

In de maatschappij was nog een groep mensen die niet mee konden. Anders dan de criminelen wilden zij wel, maar konden niet. Voor hen zijn ook woorden verzonnen. Gestoord, waanzinnig en verward.

Maar hier kwam opstand tegen. Toen heeft de samenleving besloten deze mensen voortaan in te delen in ‘stoornissen.’ Door de verschillende manieren van ‘niet mee kunnen’ in te delen in stoornissen, gelooft men dat de lieden die niet mee kunnen ziek zijn. Ze hebben een stoornis. De maatschappij blijft buiten schot.

Dit werkt prima. Het volk is eenvoudig te misleiden. Psychiaters zijn aangesteld om de mensen die moeite hebben mee te komen in te delen. De psychiaters geloven zelf ook zonder twijfel in wat zij doen. De dwaling zit er goed in.

De leden van de maatschappij zijn gehersenspoeld en zij leren hun kinderen dezelfde gehoorzaamheid aan de dag te leggen. Die kinderen hebben nooit een moment getwijfeld aan de maatschappij. Dat noemt men ‘gezond’ en ‘normaal’.

Mensen weten allang niet meer waarom de mechanismes in werking zijn gezet. Zij denken dat het nu eenmaal zo hoort. Mensen denken niet graag na. Zij hebben het druk met overleven in de maatschappij.

Op Linkedin zag ik laatst een bericht van een uitvaller van de maatschappij. Hem was wijsgemaakt een stoornis te hebben. In de bijdrage stond:

‘Hoi ik ben Pietje en ik ben een autist. Sinds kort werk ik bij de Albert Hein.’

Daaronder waren vele sympathie betuigingen te lezen van de leden van de maatschappij.

‘Wat goed dat je er voor uit komt dat je een stoornis hebt!’

‘Fantastisch dat je ondanks jouw stoornis toch een steentje bijdraagt aan onze maatschappij!’

De mensen in de maatschappij zijn heel vriendelijk. Zolang je maar mee wilt doen. En niet teveel nadenkt. Dan komt alles goed.

Lang leve de maatschappij!

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close