17

Vanochtend stond ik in de keuken te roken. Ik twijfelde tussen twee of drie capsules Anti-Depressiva toen de deurbel ging. Snel nam ik drie capsules in en liep naar de voordeur. Het was een kerel die over de Bijbel wilde praten. Ik had wel zin in een gesprekje en liet hem binnen. Hij gaf me een hand en stelde zich voor als Walter. Het was een klein mannetje van een jaar of veertig, met een bruine snor en rode regenjas.

‘Regent het?’ vroeg ik.

Hij grinnikte terwijl hij naar de dichte gordijnen keek. ‘Net wakker?’

‘Inderdaad. Hoe laat is het?’ zei ik terwijl ik koffie inschonk en Walter zich op de bank installeerde.

‘Elf uur,’ zei hij, wijzend naar het houten kruis aan de muur met de vastgespijkerde Jezus. ‘Mooi zeg!’

‘Ja, kerel,’ zei ik. ‘Mij hoef je niet te bekeren.’

Hij lachte. ‘Dat is ook niet de bedoeling. Ben je van kinds af aan gelovig?’

‘Ik ben een tijdje verdwaald geweest,’ zei ik, gaf hem zijn koffie en ging in de leunstoel tegenover de bank zitten.

‘Verdwaald? vroeg hij. ‘Hoe kwam dat?’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Drank en drugs. U kent het wel.’

‘Drank en drugs?’ vroeg hij met grote ogen.

Ik maakte een wuivend gebaar. ‘Dat was niet de reden van mijn dwaling. Ik had mij laten beïnvloeden door de verkeerde filosofen. Maar Spinoza heeft mij weer op het rechte pad gebracht. Kent u zijn werk?’

‘Alleen de Bijbel voor mij,’ sprak Walter stellig.

‘Meent u dat?’ zei ik. ‘U moet echt Spinoza lezen. En Augustinus en Kierkegaard. U gelooft toch niet letterlijk wat allemaal in de Bijbel staat, hé?’

Hij grinnikte. ‘Vertel eens wat over Spinoza.’

Ik vertelde over Spinoza, Augustinus, Kierkegaard en hoe hun denkbeelden mij tot het geloof hadden gebracht.

‘Denk je dat alles in de Bijbel metaforisch bedoeld is?’ vroeg Walter met een verbaasde blik.

‘Ja, ik heb een aantal dingen geleerd over de Bijbel. Vroeger dacht ik: hoe kan een boek waarachtig zijn, als het door zoveel verschillende mensen is samengesteld. Maar nu weet ik dat de Goddelijke kracht ervoor heeft gezorgd dat al die verschillende mensen het boek zo hebben samengesteld. Dat heb ik van Kierkegaard geleerd. En van Augustinus dat elk woord metaforisch is.’

‘Interessant,’ zei Walter die een slokje koffie nam en een vies gezicht trok.

Ik lachte. ‘Smerig hé? Het is de goedkoopste koffie. Was even wennen aan het begin maar na verloop van tijd proef je het niet meer.’

Walter knikte met glimlachje.

Ik vroeg: ‘Gelooft u dat Jezus werkelijk over water liep?’

Walter zette zijn kopje neer en stak een vinger op. ‘Het Woord van de Heer moeten wij letterlijk nemen.’

‘Nee, dat is een misvatting,’ zei ik. ‘Je moet nog veel leren, Walter.’

Hij lachte. ‘Ga je wel eens naar de kerk?’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Daar zijn mensen die de Bijbelse verhalen letterlijk nemen en dat is ongezond,’ zei ik, ‘wat jammer is, want de sfeer in de kerk is relaxt en de mensen zijn vriendelijk.’

Toen begon Walter over zijn leven te vertellen. Gelukkig getrouwd, drie dochters. Elke zondag naar de kerk. Hij zei het mij ook te gunnen deel van de gemeenschap te worden. Vervolgens vroeg hij of ik een vrouw of vriendin had.

Ik keek om me heen. ‘Volgens mij niet,’ zei ik, waarna Walter hard begon te lachen. Hij zei dat hij moest gaan, gaf me het adres van de kerk, kwam overeind en omhelsde me. Tjonge, ik voelde me heel vreemd. Op een bepaalde manier wilde ik dat hij nog even bleef of zo.

Nadat hij weg was, voelde ik een soort dankbaarheid. Die man kwam zomaar even langs voor een praatje. En ook al dacht hij volkomen anders over de Bijbel, hij geloofde net als ik dat God over alles heerst.

Ik stak een sigaret op en keek naar het verfrommelde papiertje met het adres. Doen?

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close