Ruim die schijt op!

Soms logeert de Jack Russel van een vriendin bij mij. Vandaag, toen ik hem uitliet, scheet hij tegen een boom. Drie drolletjes vielen in de aarde. Tevreden dacht ik: beter hier dan op de stoep.

Toen wij verder wilden lopen, stond er plots een man voor mijn neus. Hij was een jaar of zestig en had grijs haar. ‘Ruim die schijt op,’ zei hij, naar het hoopje wijzend.

‘Waarom?’ zei ik. ‘Het ligt in de aarde.’

‘Wij houden onze buurt graag schoon, jongeman.’

‘Jezus,’ zei ik en liep naar de boom en wees naar de drolletjes. ‘Hier maakt u zich druk om?’

Het gezicht van de kerel liep rood aan. Hij schudde hevig zijn hoofd. ‘Jij denkt zeker dat de buurt vanzelf schoon blijft?’ brieste hij. ‘Nou… Wat denk je ervan? Raap je het nog op?’

‘Doe het lekker zelf,’ zei ik.

Hij deed een paar stappen in mijn richting en bracht zijn wijsvinger vlakbij mijn gezicht. ‘Jij bent fout bezig, jongeman’ zei hij. ‘ik maak hier rapport van.’

‘Rapport?’ vroeg ik. ‘Bent u van de politie of zo?’

Toen bewoog hij zijn arm, en even was ik bang dat hij uit zou halen, maar in plaats daarvan stak hij een hand in zijn jaszak en viste er een notitieblokje uit. ‘Wat is je naam?’ vroeg hij terwijl hij ook nog een pen tevoorschijn toverde. Tjonge, deze kerel was voorbereid. Ik voelde me een beetje ongerust. ‘Waarom wilt u mijn naam weten?’ vroeg ik. ‘Bent u echt van de politie?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik houd een oogje in het zeil. Dat heet sociale controle, jongeman, maar daar heb jij waarschijnlijk nog nooit van gehoord. En nu wil ik je naam weten.’

Ik dacht: De man is waarschijnlijk gestoord. Er zijn steeds meer verwarde mensen in de wijk, dat is vaak in het nieuws. Hij keek me heel boos aan. ‘Oké meneer,’ zei ik tenslotte. ‘Het is al goed. Mijn naam is… hond.’

Terwijl hij begon te schrijven, keek hij naar me op. ‘Hond?’ vroeg hij. ‘Je neemt me toch niet in de maling, mag ik hopen?’

‘Nee, dat is serieus mijn naam. ‘Gerard Hond.’

De man nam me argwanend op. Ik vertrok geen spier.

‘En wat is je adres?’ vroeg hij tenslotte, terwijl hij een blik naar beneden wierp waar het hondje aan zijn schoen snuffelde.

Ik keek over de schouder van de man naar het huis waar we voor stonden. ‘Het adres is… Julianalaan 3.’

De man schreef het op, en keek me toen met een veelbetekenende blik aan. ‘Jij hoort hier nog van, jongeman.’

‘Prima. Tot ziens maar weer,’ groette ik hem en liep verder.

‘Dag meneer hond.’

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close